Onderzoek naar de genetische oorzaak van herhaalde- en sporadische miskramen
De prevalentie van een miskraam is 15,3%, waarbij 80%
plaatsvindt in het eerste trimester.1 Aan 60% van de gevallen
ligt een chromosomale afwijking ten grondslag2, terwijl dit
voor levendgeborenen minder dan 1% is wanneer er geen
prenatale diagnostiek verricht is.3 Dit is de eerste studie
waarbij een analyse van het haplotype gebaseerd op SNP’s
wordt toegepast op biopten van twee specifieke locaties van
de miskraam. Het onderzoek betreft vroege miskramen
(~7 weken) en er wordt een vergelijking gemaakt tussen sporadische en herhaalde miskramen (n=91). Het doel is om de
prevalentie en het effect van (mozaïek) genetische afwijkingen binnen deze groepen vast te stellen.